Another day in paradise…

Humor is zalvend

Ik weet het. Ik gebruik veel Engels. Gewoon omdat het zoveel meer in minder woorden uitdrukt, omdat het dichter bij mijn werkelijk gevoel brengt.

Ik blog, met op de achtergrond mijn ventje die film op pc kijkt, terwijl hij sigaretten rolt.

Op de achtergrond?

Het stoort me hartsgrondig want er wordt Nederlands gesproken en bloggen met concentratie erbij terwijl ik tracht te vatten wat er op pc gezegd wordt, en hij die ook nog commentaar geeft op wat hij ziet is ECHT van het goede te veel!

En dat om 8u30 in de morgen!

En dat zeg ik hem dan ook.

-Schat (kortaf want, sorry, het irriteert me mateloos en het ligt er uit zoals ik het denk),? Mag het wat stiller, ik ben aan het bloggen!

Het stoort!!

(Het valt namelijk in mijn oren en overheerst plots alles.)

Hij: Het stoort me ook!

Guitig kijkt hij mijn richting uit. We schieten allebei in een lach, met tranen in de ogen. En dat brengt ons weer beiden bij gisterenavond laat, net voor we gingen slapen.

Ik ‘flok’ me namelijk altijd nog 5 minuten in zijn ‘okselput’ (okselholte) want daar pas ik in alsof het al altijd zo moest zijn. En gisteren wou ik om een of andere reden nog iets zeggen.

‘Schoetje?’

Huh? Ik besefte dat ik helemaal niet had gezegd wat ik in gedachten had. Het had ‘schatje’ moeten zijn.

In een fractie van een seconde schoot er door mijn hoofd: die klank is niet juist, herinner je vlug wat je zei, huh? Schoetje? Schatje of zoetje maar schoetje? Ik voelde ook even paniek dat ik iets stoms had gezegd en ik wist in die tel dat er zeker reactie zou komen.

-Schoetje?, zei hij en hij barstte in lachen uit.

Wij kregen onbedaarlijk alle twee de slappe lach, minutenlang daverde het bed.

Telkens hij het woord herhaalde gingen we harder lachen. Tranen met tuiten biggelden over onze wangen. Mijn keel deed er pijn van.

Het gebeurt wel vaker, die klankwisselingen, die omwisselingen van medeklinkers.

Ik denk er niet veel meer over na maar ik weet wel dat ik ‘schoetje’ voor een lengte van dagen regelmatig terug op mijn bord zal krijgen.

Ondertussen hoor ik een hoge klassieke vrouwenzangstem. Mijn ventje schakelt over naar een film over de microkosmos. Even hoor ik, wat voor mij een motorgeluid was en ik kijk hem kort aan.

-Het is een mug, schat!

Hij lacht, om onze blik en om twee slakken die traag de liefde bedrijven, millimeter per millimeter en dan in hun passie aaneen gezogen allebei omtuimelen.

Hoe ik dat weet, zo vanuit mijn zetel? Hij vertelt het me, allemaal, met een lach om zijn lippen.

We zijn zeker aan mekaar gewaagd, wij twee!

Vee

30 dagen zonder klagen

Hoe leer je een maatschappij wat geluk is?

Vandaag zou het blue monday zijn, de depressiefste maandag van het jaar.

Ik verwonder mij vaak over hoe alles zo doorzichtig in mekaar zit in deze wereld.

Eerst spreken van een ‘blue monday’ waar ik nog nooit van gehoord heb ( er zal wel een statistiekje van bestaan, ergens op deze aardkloot) en dan een campagne lanceren zoals ’30 dagen zonder klagen’, in volle examentijd.

Probeer het maar eens als student daar ook nog eens energie in te steken. Als er een tijd van klagen mag zijn om je te ventileren dan is het wel in de examentijd.

Of ik er last van heb?

Neen, niet van de ‘blue monday’ en niet van de ‘30 dagen zonder klagen’.

Deze ochtend viel me op hoe mooi ‘alleen’ kan zijn. De hele weg naar het station reed er misschien een paar minuten een auto achter me. Voor me was ik zoals Rémy : alleen op de wereld. Alle lichten sprongen net op groen, ik had parkeerplaats zat.

En een koffie en boterkoek voor op de trein aankopen ging vlot, met een vriendelijke morgen in de Panos en een begroeting op de trein (Goeiemorgen!) toen ik ging zitten.

Ik heb geen geluksbarometer nodig. Ik ben elke dag gelukkig, bewust gelukkig.

Een tijd geleden besloot ik om niets negatiefs meer langer dan een seconde vast te houden. Wie mij kent weet dat ik me enkel druk kan maken als iemand hardnekkig vasthoudt aan het mij betrekken in slecht nieuws.

Stop maar, ik wil het niet horen. Geen doemdenken, geen klagen om te klagen. Gewoon dankbaar om wat er is en nog gaat komen, om wat geweest is ook.

Zoals je uit elke zin alles negatief kan puren kan je dat ook in positieve zin.

En ik betrap me er op dat ik vaak met een glimlach om mijn mond zit. Het is ook makkelijker om gelukkig te zijn eenmaal je door hebt hoe simpel het is.

Af en toe moet ik daadwerkelijk een scherm rond mij trekken om hardnekkige klagers op afstand te houden. Deze energievampiers krijgen van mij 0,0 energie nog.

Zo heb ik wel energie over voor wie echt belangrijk is, voor wie echt een luisterend oor kan gebruiken.

Het is een levensopvatting geworden en her brengt me steeds meer geluk.

Ik kan ook klagen, meer ‘ventileren’ en dan ben ik het kwijt. Daarom is het voor mij niet zo belangrijk hoeveel mensen er mijn blog lezen. Ik vertrouw mijn frustratie toe aan een virtueel blad en ben het vervolgens kwijt, tenzij ik het wil teruglezen…

Dat doe ik vaker maar dan met een positieve instelling en een nabeschouwing van: zo belangrijk was het ook niet om je druk over te maken.

Yep. Het werkt voor mij. Meer moet dat niet zijn..,

Vee

Golden Globes en aanverwante topics

#metoo

Gisteren zapte ik wat om mijn avond zinloos af te sluiten. Ik heb die wind down nodig voor ik in mijn bed kruip en dus bleef ik hangen op de uitzending (heruitzending) van de uitreiking van de golden globes.

Of hoe Amerikanen van een gedreven metoo-steunzinnetje volslagen fier uit de bol gaan.

Wat ik me afvraag is, waarom is dit nu pas wereldnieuws? Het is al van uit de tijd van mijn moeder dat sommige ‘machtige’ mannen hun handen onder rokken staken en daarna steeds verder gingen.

In onze klas waren er op de 20 meisjes vier bij die durfden uitkomen voor het feit dat ze seksueel benaderd waren – een vraag nota bene gesteld tijdens de godsdienstles – om dan nog te zwijgen van degenen die hun vinger niet opstaken.

Ik voel nog de massages van de leraar Nederlands in mijn nek toen ik 14 was en de jaloerse reacties van klasgenootjes die blijkbaar vonden dat ik bevoordeeld werd daardoor als ‘lievelingetje’.

Ik haastte me anders gauw de klas uit om niet als laatste buiten te komen, want wat zou er dan gebeurd zijn.

En dan voelde ik de handen van de parochiepriester tijdens de voorbereiding van de eerste lezing in de sacristie.

En op latere getrouwde leeftijd had je dan weer de handen van de kinesist die het nodig vond om mijn nek te situeren ter hoogte van mijn borsten.

Owee, als je daar iets van zei, je beeldt het je in, je lokt het zelf uit. Dus zwijg je.

Het is algemeen geweten dat meer wel dan niet gegrepen wordt, alsof een vrouw in bikini noodzakelijk roept om besprongen te worden.

Ik vergelijk altijd met een blote mannenborst: spring ik daar boven op? Nee.

Zolang vrouwen niet gelijkwaardig worden beschouwd als mannen wordt de maatstaf van de vergoelijking gehanteerd: het zijn de hormonen, het is de jeugd, ze lokt het uit, het is hun cultuur, hij wist het niet dat dit niet mag, hij is halfblind, hij heeft geen waardenbesef.

En het kind, de vrouw, het meisje, het jongetje waar iemand zich aan vergrijpt heeft een levenslang gekregen in hopelijk maar enkele minuten tijd want soms is het schrijnend wat iemand voor hoe lang wordt aangedaan.

Afsnijden, dat zeg ik.

Geen rehabilitatiemogelijkheid. Dat hebben de slachtoffers die in hun diepste ‘zijn’ getroffen zijn, voor wie veiligheid nooit meer een tastbaar begrip is, ook niet.

En dan begrijp ik nog minder dat de daders er zomaar, met een taakstraf, een vermaning, een straf van 2, 4, 6 jaar vanaf komen.

Levenslang is de straf die ze moeten krijgen, geen excuus of mutilatie.

Er is geen tussenweg.

Dus de dames op de Golden Globes gisteren die enkele zinnetjes voor de micro zeiden komen schromelijk te laat. Zwart is al jaren nodig.

De macho-mannenwereld is meer en meer weer in beeld en ik word stilaan bang voor mijn dochters en de dochters die zij zullen baren.

Ik ken mensen in mijn omgeving die verkracht werden, meer dan een.

Ook de bakker kon op zijn ronde mijn moeder niet met rust laten.

Ik vroeg haar eens hoe je daarmee leeft.

Haar antwoord: het gebeurt overal, ik ben heus niet de enige geweest en zal het ook niet blijven. Dus je probeert het beter te vergeten en er niet over te praten, het slijt. Je moet het achter je laten…

Yep. Ik weet dat het niet slijt. Zij wist het ook. Maar daardoor konden we er nog niet over praten met mekaar.

En dus denk ik dat die #metoo-hetze ook weer zal overwaaien of enkel in Hollywood en de filmindustrie genoeg voor verandering zal zorgen.

Tot mensen die er uiteindelijk na veel schroom ook voor zullen uitkomen, zullen verweten worden dat ze aandachttrekkers zijn, anders moet de maatschappij echt toegeven dat het een wereldprobleem is want er zijn teveel slachtoffers die hulp nodig hebben en nodig zullen hebben😡.

In de kerk, in de filmwereld maar ook in het gewone leven zijn kinderen, meisjes en vrouwen slachtoffer van mannen die hen als object blijven zien.

Soms denk ik dat een opblaaspop in mijn handtas een optie is. Hier, neem deze om je pap te koelen!

<<<<<<<<
och!

Ik ben een rare, zeggen ze dan. Liever raar…

Vee<<<<<<<

Het is wat het is…

Laat me niet diep nadenken…

Soms zeg ik : het is wat het is.

Dan bedoel ik meestal dat ik er best geen energie in steek maar beter mijn tijd en energie in iets anders investeer dan me te ergeren, me kwaad te maken of iets dergelijks.

Geenszins is het normaal een uitspraak van berusting. Het is eerder een keuze om niet te reageren, om een lont uit een kruitvat te halen of om iemand anders te kalmeren.

Vandaag zit er nu toch berusting in. Moe als ik ben van het treinen voel ik toch de onmacht van mijn nieuwe werksituatie wegebben.

Het is wat het is, ofwel kies je drastisch voor solliciteren, Vee, en geef je wat je opgebouwd hebt in een oogwenk op.

En dan neem je er de rompslomp van het aanschrijven en aflopen van potentiële onbekende werkgevers EN de mogelijke afwijzingen bij.

Of je geeft toe dat de collega’s en het toekomstige werk heel goed meevallen en zelfs potentieel hebben en neemt de slaapverwekkende tijdrovende reistijd voor eens en voor altijd (voor altijd? 😱) voor lief.

Vandaag is het echt wat het is, met vertraging, zonder vertraging, met vers fruit…

Hoera, ik heb een banaan en mandarijntje op!

Ik heb zeer zeker het gevoel reeds in vier dagen geconditioneerd te zijn.

Hierbij denk ik direct aan de neerslachtige, getekende kortfilms die je soms op tv ziet van mensen die aan de lopende band bandwerk verrichten om uiteindelijk in een krot eenzaam op een bed te sterven.

Dat fatalistische gevoel is min of meer geweken voor : het is wat het is, zo lang het duurt en ik niet het gevoel heb mezelf te verliezen. En anders komt er wel wat op mijn pad.

Have faith!

Ik ben onderweg naar huis en kan straks mijn voetjes onder tafel steken. Ik hoef gelukkig bijna nooit meer te koken. Wat een schat van een vent heb ik.

En zo heeft alles wel een positieve kant. En die wil ik blijven zien, al moet ik er al vier dagen af en toe serieus naar zoeken.

Het is wat het is! En morgen is er weer een dag!

Vee

Update: ik liep net keihard tegen de glazen deur van de Aldi: het is alvast iets nl. een kanjer van een buil!

Blogloze 1 januari met een reden

Impulsiviteit en geluk in een vaatje

Gisteren stond ik op en dacht: Yep, mijn jongste is thuis vandaag, het is Nieuwjaar, tijd voor een eerste verrassing.

Ik wist het nog niet op 31 december dat ik dit ging doen, mijn schat had blijkbaar wel al een vermoeden want hij was met de camionette naar het werk vertrokken en had de gezinswagen voor de deur laten staan.

En dus spring ik enthousiast de wagen in met een fles water en tik het adres in Maastricht in. Het bericht naar mijn jongste vermeldt kort: naar Maastricht, cu!

Ik weet dat ze zeker nog een uur in bed ligt dus dan ziet ze pas dat ik kom als ik al halverwege of verder ben. Ik zie haar gezicht nu al voor me!

2u10 minuten… Ik wil er niet bij stilstaan en overtuig mezelf: Yes, you can! Mijn ventje is gaan werken, moet slapen straks en weer werken dus hij rust beter alleen.

Op de keukentafel ligt een briefje: eventjes heen en terug ritje Maastricht! X Vee

Een twintigtal minuten onderweg ben ik bijna aan de afrit om naar mijn pa te gaan. Zou ik afslaan, vraag ik hem mee?, schiet er door mijn hoofd.

Nee. Onder dit mom maakt het duiveltje op je schouder zich klaar om op te geven, Vee. Stoppen is terugkeren…

Dus rijd ik met een gevoel dat ik mezelf tegenhoud voorbij de bewuste afrit en direct daarna komt het besef dat ik nu echt niet meer terugkan. Ik ben al zo ver.

Goed zo!

Op radio Nostalgie klinken de allerbeste nummer 1-hits uit de voorbije jaren en ik geniet volop van het cruisen. Het is niet druk op de weg en af en toe brul ik mee, als een halve maar gelukkige gek met in mijn achterhoofd de idee dat er eentje superblij zal zijn.

En in mijn zelf opgeroepen euforie denk ik dat, mocht ze niet thuis zijn, ik dan toch fier zal zijn dat ik het gedaan heb, de hele rit alleen.

Een twintigtal minuten voor aankomst begint mijn blaas op te spelen maar twintig minuten hou ik het nog wel nog vol.

Maar dat is buiten mijn jongste gerekend.

Mama, ben je onderweg? Jippie!!!!!Wil je je gps aanpassen naar het volgende adres? De poort staat open en we (haar vriend en zijzelf) wachten je buiten op.

Hupla, gedaan met de zenuwloze rit want waar pas ik in godsnaam dat adres aan? Koortsachtig zoek ik de eerste stopplaats op mijn weg en voer het adres in dat ik toch wel twee minuten luidop citeer om het niet te vergeten. Wat was het nummer ook weer? Dat vraag ik straks wel als ik in de straat sta…

Yep. De 20 minuten veranderen onmiddellijk in 55. Miljaar!!! Mijn blaas! Ik vertrek direct want alleen een toilet instappen op een plaats als dit zie ik helemaal niet zitten.

De scenario’s van wat zich kan afspelen op deze plek aan de kant van de weg schieten me voor de ogen…

En de gps leidt me langs ongekende wegen, afrit 47 wordt Ausfahrt 47 en ik realiseer me plotseling dat ik in Duitsland zit.

Mijn telefoon licht op.

Nu niet, kind, ik moet mijn waze kunnen zien of ik rijd verkeerd!

-“Mama, waar blijf je? Wat zie je rond je?”

-“Kind, ik vind het wel en je ziet me straks maar niet meer bellen, ik wil de kaart zien op mijn gps!”

En dus rijd ik de snelweg af, Ausfahrt 47 en zoek het adres. Je raadt het al: je bent aangekomen op je bestemming.

Nope, ik zie niks dat op een poort lijkt en wat zoek ik eigenlijk? Ah ja, nummer 16, die ben ik al voorbij, dus weer een toertje gereden.

Sla links af…. en dus rijd ik een doodlopend straatje in met een oprit vol auto’s en weinig ‘omdraairuimte’.

Het zweet staat ondertussen in mijn laarzen maar het lukt me om te keren in 27duizend manoeuvres… 🙄

Daar! Een poort met een oprit die het bos inrijdt, zou het daar zijn? 16. Yep.

Daar huppelt ze me tegemoet, mijn overgelukkig kleintje. Ik word overladen met kussen en knuffels en arm in arm gaan we de bungalow binnen. Het is zalig om haar zo gelukkig te zien…

Waar is het toilet? Mijn eerste vraag in het huis van zijn ouders is er niet direct een van hoog niveau maar dan bedenk ik dat ik het dubbel en dik verdiend heb.

-“Mama, dat is Chantal en dat is Jan.”

Yep. We zijn geland. En ik weet dat ik vanavond naar huis moet ook maar daar wil ik nu nog even niet aan denken.

Vee