Te-dag

Absurditeit troef

Gisteren was een te-dag: teveel te doen namelijk in de voormiddag zaken afwerken, op tijd tijd inschatten om te vertrekken, deels onderweg met auto inclusief parking zoeken, te onzeker of mijn treinticket nu wel of niet zou werken, teveel mensen, indrukken, teveel woorden op slides, te weinig concreets, teveel opletten, teveel maskers en toch werd ik op een bepaald moment binnen dit toneel rustig.

Yep, op het ogenblik dat ik me realiseerde dat niets er eigenlijk toe doet, werd ik rustig. Toen ik ineens besefte dat mijn been oncontroleerbaar weer aan het trillen was en een wildvreemde naast me zei, ga eventjes wandelen, daar door die deur en kom dan terug, werd ik rustig.

Het kan dus, gewoon opstaan, gaan, van het toneel wandelen, alleen verkennen op mijn tempo en dan terug de chaos instappen als ik daar klaar voor ben.

Het hielp enorm. Dat ik daar zelf niet aan denk! Zo simpel. Ik HOEF niet krampachtig te blijven zitten als het te veel wordt, niemand zit in mijn lijf behalve ik.

Niemand of niets veroorzaakt onrust als ik het niet toelaat. Een heel simpel gegeven als je je er bewust van wordt.

Gewoon STOP zeggen, Vee.

Eigenlijk werd het daarna zelfs aangenaam, collega’s leren kennen, hapje, drankje, van tafeltje naar tafeltje gaan, een puzzelstukjes hier en eentje daar en observeren.

Ik was alleen gekomen en ging samen met oud-collega’s naar huis, indrukken delend in klasse 1 op de trein.

Mijn dochter die me sms’te op de middag of ik thuis was (ze zit in een shiftsysteem en kan die 9-to-5- uren niet in haar kopje krijgen) zei al ludiek: het is de moeite, zo efkes over en weer naar Brussel!

Inderdaad, als je het zo bekijkt, neemt het alle serieusheid en nut van de dag wel weg en is het gewoon de absurditeit van het tijdsgebruik wat overblijft…

Een mens wordt soms nogal iets aangedaan: 3 uur verplaatsing voor 2 uur woorden op een scherm.

Maar terug naar de terugreis in eerste klasse.

Blijkbaar was ik in gezelschap niet de enige die wat indrukken kwijt moest want bij het verlaten van de trein kwam een azijnpisser vragen “of we op schoolreis waren geweest? Zo zitten gibberen en kwetteren? Hou eens rekening met anderen in het vervolg!”

Oké, dat bedoel ik nu. Wij hadden nu het geluk eens een gratis railpass eerste klasse te hebben wat impliceert voor ons dat we plaats hebben. Voor de meesten impliceert eerste klasse blijkbaar het afkopen van stilte en rust. Het doet me ongewild denken aan de kerkaflaten van vroeger.

Vandaar dus die oorverdovende asociale treinritten van nietszeggende, onvriendelijke, half slapende moraliserende mensen ’s morgens en ’s avonds…

Ik ben deze keer dus bij de asociale mens die de treincultuur van het zwijgen heb verbroken… En ik ben er trots op.

Het vermanende vingertje van de man wekt bij mij medelijden op en de idee dat het met mij nooit zover zal komen dat een treinreis mij monddood maakt. Dan behoor ik maar tot de lagere kaste die nood heeft aan contact en een vriendelijk gezicht, conversatie en medeleven!

Gisteren was ik dus “‘pretty woman” in klasse 1 en blijkbaar was er een man die daar op moest wijzen.

Het beeld dat individuen zonder connectie zich van A naar B verplaatsen in hun eigen coconnetje is typisch voor deze wereld. Ik voel me ineens beter met de idee dat ik dan best ‘anders’ in mijn vel steek.

Hoera !

En eenmaal thuis stapte ik mijn gewone, warme, liefdevolle leven weer binnen…

Vee

Ik ben er even niet…

Vandaag begon zo mooi…

Nu overheerst het gevoel dat ik niet concreet aanwezig ben. Niet op het werk en bij uitbreiding niet op de wereld.

Ik maak fouten, werk op automatische piloot, hoor de klank in een gesprek maar vat de woorden niet. Er is geen samenhang. Het is een mechanisme dat in werking treed. Ineens.

Loos, dat omschrijft het nog het beste. Niet scherp, maar wazig wollig. Mijn ogen branden ook.

Dit gevoel heb ik al lang niet meer gehad. Het is een gelatenheid die over me komt. Aanleiding is de mail dat er voor mijn collega’s en mijzelf een afscheidsdrink komt.

S M A K! P e t s! In your face!

Eerst dringt het door in alle hevigheid dat mijn provinciale jaren er echt op zitten, daarna komt het afstandsgevoel, het distantieergevoel.

Het laissez-faire, laissez-passer-gevoel. Als je me nu fysiek knijpt, dan voel ik niets. Ik heb zelfs een gevoelloze huid.

En ik wil er van af.

Mijn jongste smste vanmiddag al dat ze het vandaag niet makkelijk heeft. ‘Je kunt het, motje! Draai je knop om en begin opnieuw!’ Een advies dat ik ook kan gebruiken vandaag maar waar ik ook eventjes de energie niet voor heb.

Yep! Moeilijk, dus ik heb toch maar een kast verhuisd en samen met mijn oudste dochter in haar huisje opgezet. Fysiek met mijn hand tussen een kastdeur zitten, brengt me wel weer tot de realiteit, al is het maar eventjes.

En de regen kleurt vandaag grotendeels mijn stemming. Vrolijk word ik er niet van!

Straks slapen en morgen een nieuwe, verse, vrolijke dag graag!

Vee

P.S. Blog gepost met vertraging wegens die kastverhuis…

 

Het toneelgevoel

natuur

Ik beklaag al wie dagelijks een treinrit van meer dan een uur richting Brussel maakt.

Mijn zitje in eersteklas levert mij dit beeld op : een massa mensen, beeld maar geen klank, behalve hier en daar een kuch. Awkward!
Krantengeritsel, geen woorden. Van Brugge tot Brussel Noord. Moe-e mensen denk ik dan. Moe om te vertrekken, moe om aan te komen. Moe om onderweg te zijn. Niet genoeg zitplaatsen, blikjes die met voorzichtigheid neergezet worden om toch maar geen geluid te maken. Mijn benen doen pijn, mijn oren ook. Van de oorverdovende stilte. Wat doet een mens zichzelf aan -moeder waarom leven wij?- : van A naar B op een metalen rups, zo onpersoonlijk als het is.

Ik ben altijd mezelf, ik kan het dus niet laten om een ‘contactblik’ te werpen op een jonge, zwangere vrouw. Geen kik.
Ik ben opgevoed met elementaire beleefdheid, goeie morgen of een knikje. Boosheid borrelt op vanbinnen, maar heeft geen zin want dan zit ik daar alleen boos te wezen in een overvolle wagon. En dat is een negatief gevoel, ik ben een positief iemand.
Ik doe de rit nu twee keer heen en terug en het zit al in mijn lijf, leden maar vooral in mijn kop : dit WIL ik niet. Mijn kostbare uren geluk vervangen door dit? Nee, dank u.

Mijn leven is na heel overwogen keuzes en een moeilijke persoonlijke acceptatie gewoon perfect. Ik ben nu perfect in balans qua werk, relatie, gezin, geluk. Het heeft bloed, zweet en tranen gekost.

Plots denk ik aan ‘zit’alternatieven : een boek schrijven à la J.K. Rowling? Neen, ik verbied mezelf in die richting te denken, dan geef ik dit traject een kans en het is voor mij geen optie.

Hoe mooi de stem van de dame ook zegt : ” Welkom op de trein”, ik voel geen hartelijkheid, geen communicatie. De trein nemen is letterlijk een ‘dooddoener’. Misschien is het een optie om zoals in de liftreclame de trein enkel te laten rijden als er gepraat wordt? Ik zie het ook voor me, schokkend, zowel het idee als de trein.

1 uur en 8 minuten somber, kleurloos zitten. Een ‘tabletter’ met witte oortjes doet me denken aan de Staatsveiligheid die Prins Filip en Prinses Mathilde begeleidden tijdens hun Blijde Intrede in Brugge. Waar is de tijd.

H E E E E E L P !

De zon schijnt over landschappen tot ik het beton zie. Ik mag er niet bij stilstaan : straks wordt mijn natuurwerkplek met meeuwen, waterhoentjes, muishondjes en wuivend riet ingeruild voor een betonnen wereld. Hoe kleurrijk het gebouw vanbinnen ook is, vanbuiten blijft het een betonnen kooi.

beton

Even denk ik aan het feit dat ik als ADHD’er in een collectief geheugen een ‘jager’ was. Nu ben ik een rund dat in een wagon richting slachtbank wordt geleid, in het nauw en zoekend naar leefbare oplossingen. En enkel ‘leefbaar’ is ook geen optie. Ik moet intensiteit hebben, anders leef ik niet. Het overheersend gevoel is: dit laat ik toch niet gebeuren? ‘Wil ik dit’ neemt stilaan de overhand op ‘kan ik dit’. Het gaat de goeie weg op.

En zoals ik de hele dag wist, ging het ’s avonds in omgekeerde richting, en masse terug.
Met het verschil dat ik na de trein de bus nam, na enige haltes zag dat die leeg was en ik uit een jeugdig sentiment begon te praten met de chauffeur. Wil u me afzetten aan de halte voor de halte aan de Watertoren?
Ik zou dan de bus die hier achter mij stopt vlug nemen, zegt ie lachend. Ik rijd weer richting Brugge!
Deur open, loopje, deur open, ticket er terug in, en weer een nieuwe lachende buschauffeur.

Lachen! Het kan een mens opbeuren, het maakt dat ik me 1000 kg lichter voel na een intense dag. Nu nog een kilometer stappen door de velden en ik ben er.

Adem in, adem vooral in en adem uit…